ASPECTEN VAN DE BEHANDELING VAN NEUROLOGISCHE AANDOENINGEN

De behandeling volgens het NDT-concept

De behandelprincipes die oorspronkelijk door Bobath ontwikkeld zijn voor patiënten met stoornissen als gevolg van een CVA komen voort uit het idee dat het probleem bij deze patiënten niet een gebrek aan spierkracht is, maar eerder dat zij geen normale bewegingen kunnen maken.Technieken voor spierversterking, zoals PNF, oefeningen en zelfs de technieken van Brunnstrom. zijn daarom radicaal in tegenspraak met Bobaths ideeën. Het doel van Bobaths aanpak is het omzetten van de abnormale bewegingspatronen van de CVA-patiënt in normale bewegingspatronen. De theorie van Bobath draait om reflexremmende bewegingspatronen als middel om normaler bewegingspatronen te faciliteren. De patiënt leert onderkennen hoe normale bewegingen aanvoelen. Met behulp van het beoordelingsinstrument kan de therapeut een behandelplan opstellen dat gebaseerd is op de volgende overwegingen:

  1. Moet de patiënt tonus opbouwen of normaliseren?
  2. Welk type bewegingspatronen moet de patiënt aanleren; welke patronen moeten uitgelokt worden en welke geremd?
  3. Aan welke funtionele vaardigheden moet aandacht besteed worden?

Op grond hiervan kunnen verschillende herstelfasen aan de orde komen en kan een behandelplan opgesteld worden.

De eerste fase is de aanvangsfase, die gekenmerkt wordt door een lage tonus. In deze fase moeten verpleegkundigen en familieleden betrokken worden bij de behandeling. De slaap- en zithoudingen van de patiënt moeten zodanig worden vormgegeven dat ze de juiste spiertonus bevorderen.Wanneer de patiënt bijvoorbeeld op de rug ligt. zal de tonus van de extensoren verhoogd zijn. Daarom moet de patiënt zo neergelegd worden dat er een zekere mate van flexie bestaat in de onderste extremiteiten. Dat wil zeggen: zo mogelijk op de zij of op de rug, waarbij kussens deze flexie kunnen vergroten.

Een voorbeeld van een mogelijk bewegingspatroon is zijlig op de gezonde zijde waarbij de knieën gebogen zijn. De therapeut zorgt voor actieve en passieve beweging van de schoudergordel, met de arm in extensie- (elleboog) en exorotatiestand en de duim in extensie en abductie. Dit kan gevolgd worden door het geven van weerstand en lichte rek om actieve bewegingen in de bovenste extremiteit te stimuleren. Men kan de patiënt ook aanmoedigen de arm door een familielid naar buiten te laten draaien terwijl de patiënt op de zij in bed ligt en boven het hoofd reikend het hoofd-einde vasthoudt. Bobath werkt veel met mobilisaties van de schouder en benadrukt ook het belang van belasting van de arm in zit wanneer de patiënt weer in staat is tot zitten.

De volgende herstelfase is die van de spasticiteit. Het is bijzonder belangrijk dat de therapeut probeert de spastische patronen te remmen en het gebruik van de arm in functionele houdingen te faciliteren. De therapeut moet de patiënt aanmoedigen de arm te gebruiken in ruglig, bijvoorbeeld door met de elleboog naar het plafond te wijzen en daarna de elleboog te strekken en het hoofd aan te raken, of de hand naar de mond te brengen. Dit bevordert de functionaliteit.Voor de onderste extremiteit vraagt de therapeut de patiënt op de buik te gaan liggen en de knie te buigen. Bobath beschrijft ook vrij veel oefeningen met de patiënt in handen- en knieënstand, knieën-stand of stand, wat het overbrengen van het gewicht naar de aangedane zijde bevordert teneinde een meer normale spiertonus en belasting te verkrijgen.De laatste fase van het relatieve herstel benadrukt het brengen van de patiënt in een gecorrigeerde stand en hem of haar te vragen gedissocieerde bewegingen te maken. Een voorbeeld van een techniek die in dit stadium gebruikt wordt, is het werken met bewegingspatronen om sommige van de ermee gepaard gaande reacties te elimineren. Om bijvoorbeeld de dorsaal-plantairflexie in de enkel tijdens het lopen te faciliteren, kan de therapeut de patiënt onverwacht naar achteren duwen om dorsaalflexie van de enkel uit te lokken. De NDT-technieken zijn zeer praktisch van aard en zijn uitgebreid beschreven.

TERUG NAAR DE INDEX